Dagelijks theater – we maken ons illusies

14 Maart 2012. Shahram Bahraini en Ceciel Fruijtier treffen elkaar in het Hotel Americain te Amsterdam. Waar gaat het over? Over beeldvorming.

Iedere dag vormen we beelden. Het is de manier waarop we de werkelijkheid gestalte geven: we kijken en vormen ons een beeld van wat we zien. Soms zeggen we, dat we ons dingen inbeelden. Daarmee bedoelen we dan dat we dingen zien die er niet zijn. Soms zeggen we, dat ons dingen zijn ingeprent. Dat komt van het werkwoord printen, drukken. Dan heeft iets zoveel indruk gemaakt, dat het ons is ingeprent. Het beeld zit in ons hoofd alsof het gedrukt staat en komt er niet meer uit. Daarmee beïnvloedt het onze beeldvorming: we vergeten dat ook het ingeprente maar een beeld is, dat we ons inbeelden. We verwarren beeld met werkelijkheid.

De werkelijkheid is, dat ieder van ons zijn eigen werkelijkheid schept. We kijken om ons heen en vormen daarvan een beeld in ons hoofd. Shahram en ik houden ervan een stap verder te gaan en die beelden te verbinden: kijken, beeldvormen, associëren en reflecteren. Uit die verbindingen destilleren we betekenis, zoals iedereen dat dagelijks doet. Wat betekent een alledaagse gebeurtenis voor mij in vergelijking tot een ander? En wat is de betekenis daarvan? Iedereen schept zijn eigen beeld en die beelden houden we elkaar voor.

Welkom in ons theater

We besluiten die verbonden beelden te gaan beschrijven en verzamelen.
Hoe zullen we die verzameling noemen?

Illunext? Illunext is een samenvoeging van het woord illustratie (afbeelding) en nex (Latijn: verbinding). Die t voegen we dan eraan toe omdat dat lekker bekt en refereert aan next: het volgende dat komen gaat.

Illugrafie? Het beschrijven van beelden? Die beelden zijn niet, zoals bij een illustratie, met een extra laag (potlood of verf) opgebracht (Latijn stratum=laag), maar ‘gegrift’. Het werkwoord graveren betekent letterlijk: inkrassen. Al bij de Oude Grieken werd hier het werkwoord schrijven van afgeleid: Grieks graphion is schrijfstift. In den beginne hadden we nou eenmaal geen internet en ook geen pen en papier. Als we iets wilden beschrijven graveerden we dat in hout of rotsen.

Illufactie? Letterlijk: het doen verbeelden? Illufactie klinkt ook lekker actief: het werkwoord facere betekent in het Latijn doen, maken. Bovendien is het woord factie gerelateerd aan het Latijnse fasc dat band betekent. Het woord fascinerend is daarvan afgeleid en betekent bindend, boeiend. En dat hopen we met onze illufacties zeker te leveren: boeiende beelden.

Wat te denken van satillution? We zitten vol met beelden die we willen laten zien. Nederlanders houden van satire. Dat woord heeft een fascinerende oorsprong: satis betekent genoeg, verzadigd, vol. Satis (vol) plus facere (doen) geeft dus voldoening. Dan zijn we verzadigd, bevredigd, tevreden, zie het Engelse woord satisfaction. Voldane tevredenheid.

Waarom heeft het woord satire dan de betekenis hekeldicht? Het is ontleend aan het Latijnse satira ‘serie gelegenheidsgedichten, spotdicht’, in Laatlatijn ook gespeld als satyra, een latere variant van satura dat ook ‘schotel met allerlei vruchten, mengelmoes’ betekent. Bij een satire krijg je een schotel vol voorgeschoteld, van allerlei.

Satillution: we willen niet zozeer spot drijven en hekelen, wel allerlei beelden voorschotelen. Beelden die ontstaan uit de verbinding van beelden uit heden en verleden. Voorlopig gaan we voor satillution. Of toch kiezen voor ‘beeldvorming’, ‘van de wereld’, ‘beelden van alledag’ of ‘dagelijks theater’?

Dagelijks theater? Het Latijnse theātrum betekent ‘plaats waar schouwspelen gezien worden, theater’, en is ontleend is aan het Griekse théātron, dat een afleiding van theâsthai: aanschouwen, waarnemen’, afgeleid van théā: aanblik, schouwspel.

Ja, we maken ons geen neologisme van illusies. We gaan voor dagelijks theater: we beschouwen het alledaagse en scheppen een podium
waarop wij onze beelden aanschouwelijk maken.

Ceciel Fruijtier, 14 Maart 2012

Geraadpleegde bronnen:
P.A.F. van Veen en N. van der Sijs (1997), Van Dale Etymologisch woordenboek
M. Philippa e.a. (2003-2009) Etymologisch Woordenboek van het Nederlands
T. Pluim (1922), Wetenswaardig allerlei
F. Muller en E.H.Renkema (1970), Wolters’ beknopt Latijns- Nederlands Woordenboek

Tekstredacteur en ghostwriter Ceciel Fruijtier redigeert en (her)schrijft teksten zodat uw boodschap overkomt. Zij stelt zich ten doel zinvolle informatie toegankelijk te maken. Helder, overzichtelijk en prettig leesbaar.

Ceciel ondersteunt auteurs van blogs, (wetenschappelijke) artikelen, rapportages, beleidsstukken en boeken. Haar specialiteit is het bewerken van teksten die inhoudelijk in de steigers staan, maar nog niet voor publicatie geschikt zijn: structureren, inleiden, samenvatten en zo nodig herschrijven.

Please leave a comment

  1. admin Says:

    Ik vind illusie een interessant woord. Het lemma lu lijkt zowel afkomstig van lumen (licht) als van ludere (spelen). Licht werpt schaduwen en creeert daarmee beelden. Het licht bespeelt het onderwerp waarop het schijnt, de schaduw vormt beelden, creeert illusies. Afhankelijk van de lichtinval en het oppervlak waarop wordt geprojecteerd (ons brein) ontstaat een afbeelding, een indirect beeld. De afbeelding / illusie ziende, zien we het beeld zelf niet.

    Het Franse woord illusion (bespotting) [ca. 1120] is ontleend aan Laatlatijn illusio (misleiding), een afleiding van het werkwoord illūdere: ‘bespotten, belachelijk maken, bedriegen, misleiden’, een neologisme van in (tegen-, in-) en lūdere (spelen). Dat speelse zie je in ons woord ludiek.

    De werkelijkheid opvattend spelen we allemaal met beelden, maar we zijn ons daar meestal niet van bewust. We misleiden onszelf even hard als de ander. De spelende mens. We maken ons allemaal illusies. De werkelijkheid spot met ons?! Wat een bespiegelingen. Dagelijks theater!

Leave a Comment